Het Vinkeveense plassen (NL11_3_4) heeft watertype (M3, M6a, M8) en bestaat uit de deelgebieden: 2500-EAG-3 (Polder Groot Wilnis Vinkeveen, Kleine plas), 2500-EAG-4 (Polder Groot Wilnis Vinkeveen, Zuidplas), 2500-EAG-5 (Polder Groot Wilnis Vinkeveen, Noordplas).
De Vinkeveense plassen is een gebied met sloten en legakkers die overlopen in plassen, in een karakteristieke waaiervorm, in de gemeente De Ronde Venen. Ze zijn ontstaan door veenwinning, in de periode 1950-1975. De Vinkeveense plassen bestaan uit een noordelijke en een zuidelijke plas, gescheiden door de Baambrugse Zuwe. De provinciale weg N201 scheidt de zuidelijke plas in twee delen (Zuidplas en Kleine plas). De drie plassen vormen één oppervlaktewatersysteem en zijn onderling op meerdere plekken verbonden.
Onze gebiedspartners zijn provincie Utrecht en gemeente(n) De Ronde Venen. Het waterlichaam Vinkeveense plassen heeft de status NNN en is in eigendom van Recreatie Midden Nederland.
De doelen
Het KRW-doel is het realiseren van een goede ecologische toestand voor Matig grote diepe gebufferde meren (M20), met scores voor fytoplankton, macrofauna, waterflora en vis in het groen.
De huidige toestand vergeleken met de doelen –matig
De toestand in Vinkeveense plassen (zwarte lijnen in de figuur hiernaast) is .huge[matig]. De slechts scorende biologische indicator is Ov. waterflora. De waterkwaliteit van de Vinkeveense plassen is sterk vooruitgegaan sinds de dorpen Vinkeveen en Wilnis vanaf 1979 niet meer hun afvalwater ongezuiverd lozen op de plassen en er een defosfateringsinstallatie is gebouwd. Zowel in de Noord- als Zuidplas is dat te merken aan de sterke toename van kranswieren, fonteinkruiden en twee zeldzame licht brakwatersoorten: gesteelde zannichellia en snavelruppia. Ook de macrofauna neemt toe in soortenrijkdom. In de Kleine plas zijn bloeien er minder vaak blauwalgen. De bijzondere natuurwaarden zijn met name gebonden aan het water en niet zozeer aan het land. De waterkwaliteit is de bepalende factor voor de natuurwaarden. De omstandigheden op de plassen zijn dusdanig goed (goed doorzicht, lage nutriënten belasting) dat karakteristieke kranswiersoorten tot ontwikkeling kunnen komen. Op enkele plaatsen is ook moerasvegetatie aanwezig.
Oorzaken op hoofdlijnen
De waterkwaliteit van de Vinkeveense plassen is over het geheel genomen goed. De kwaliteit wordt beïnvloed door inlaat van gebiedsvreemd water (water afkomstig vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal), lozingen op de plas en belasting vanuit omliggende (landbouw)gebieden. De plassen liggen ca. 4 meter hoger dan de naastliggende polder Groot Mijdrecht. Als gevolg van de sterke wegzijging naar de polder Groot Mijdrecht zouden in een droge periode de plassen verdrogen indien er geen water van extern wordt aangevoerd. Deze extra aanvoer zorgt helaas ook voor een extra fosfaatbelasting van de plassen. Defosfatering van dit inlaatwater is een effectieve maatregel om de extra fosfaatbelasting als gevolg van de wegzijging naar de Polder Groot Mijdrecht te compenseren. Begin deze eeuw is een defosfateringsinstallatie gerealiseerd achter de Demmerik om de fosfaatbelasting van de plassen terug te dringen. De fosfaatbelasting gaat de goede kant op, maar extra belasting kan dit evenwicht eenvoudig verstoren.
Maatregelen op hoofdlijnen
De maatregelen zijn gericht op verminderen van de fosforbelasting, bijvoorbeeld door defosfateren en door het optimaliseren van waterstromen. Daarnaast zijn er maatregelen gericht op verbeteren van de habitatomstandigheden, zoals aanleg van natuurvriendelijke oevers, en maatregelen gericht op het verminderen van de impact van recreatie.
Huidige toestand vergeleken met doelen.De achtergrondkleuren in het figuur staan voor de klasseindeling van het huidige doel in de linkerbalk (SGBP2) en het technisch aangepaste CONCEPTdoel voor SGBP3 rechts. Wanneer de zwarte streep over de groene achtergrondkleur (GEP) valt is het doel gehaald.
|
|
Productiviteit water is nu goed, maar staat onder druk. Chlorofyl-A concentraties (algen) liggen praktisch altijd onder de detectiegrens. Alleen in de kleine plas zijn nog algenbloeien te meten. In 2018 zijn dit blauwalgen. In de jaren hiervoor lijken het vooral minder schadelijke diatomeeën. In de kleine plas is de fosforbelasting nog te hoog, vanwege de grote hoeveelheid “doorstroomwater” dat via de kleine plas wordt afgevoerd naar gamaal de Ruiter. De Vinkeveense plassen zijn erg gevoelig voor een kleine verhoging in de fosforbelasting, dus (illegale) lozing van ongezuiverd afvalwater zijn een risico voor de waterkwaliteit in de plas. |
|
|
Lichtklimaat vormt geen probleem. Er valt in een groot deel van het areaal tot 7 meter diep voldoende licht op de bodem. In de kleine plas is er lokaal onvoldoende licht door algen in combinatie met grote waterdiepte. |
|
|
Productiviteit bodem vormt geen probleem. Lokaal is er wel hoge bedekking van bronmos. Het grootste areaal van de plassen heeft een matig voedselrijke waterbodem (800 mg/kgdg). Alleen lokaal in het westen is er sprake van een mogelijk voedselrijke waterbodem. |
|
|
Habitatgeschiktheid vormt een probleem. De bedekking met oever- en emerse planten is laag in de Zuid- en Kleine plas en de plassen hebben slechts een klein areaal tussen 0 en 1 meter waterdiepte, waar emerse vegetatie zich goed kan ontwikkelen. Schaduw door bomen, het type beschoeiing en afkalving van oevers in combinatie met een zeer beperkt ondiep areaal beperkt de ontwikkeling van emergente vegetatie (riet, egelskop). Het dumpen van tuinafval en makkelijk afbreekbare soorten hout in de oevers van de legakkers vormt een risico. Soms gebeurt dit met de bedoeling om afslag tegen te gaan. |
|
|
Verspreiding vormt een probleem. Kwabaal komt voor in Vinkeveen. Voor de paling vormt gemaal de Ruijter een migratieknelpunt. Voor kwabaal is het van belang dat er voldoende verbinding is tussen ondiep water in de tussenboezem en het diepe water van de plas. |
|
|
Verwijdering vormt geen probleem. Vraat door ganzen kan een mogelijk knelpunt vormen voor de ontwikkeling van oevervegetatie. |
|
|
Organische belasting vormt mogelijk lokaal een probleem. Er zijn geen overstorten, maar wel illagale lozingen en lozingen vanuit vaarrecreatie. Ook staan er veel bomen rond de plas. Er is wel voldoende zuurstof nabij de waterbodem. |
|
|
Toxiciteit vormt geen probleem. Mogelijk is er lokaal een risico nabij de jachthaven. |
Deze factsheet is gebaseerd op de KRW toetsing aan (maatlatten 2018) uit 2019, begrenzing waterlichamen 2015-2021, hydrobiologische data 2006-2018 en conceptmaatregelen en doelen voor SGBP3 en Evaluatie maatregelen tussenboezem Vinkeveen (2017), MER-rapport Plassengebied gemeente De Ronde Venen (2017).
| ESFoordeel | SGBPPeriode | Naam | Toelichting | Initiatiefnemer | Gebiedspartner | UitvoeringIn |
|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
SGBP3 2021-2027 | Maatregelen landbouw om nutrientenbelasting op de waterlichamen te beperken fase 2 | Deze maatregel wordt uitgevoerd in meerdere waterlichamen: Amstellandboezem, Vaarten Ronde Hoep, Vaarten Groot Mijdrecht, Vaarten Westeramstel, Vaarten Ronde Venen, Vaarten Zevenhoven, Tussenboezem Vinkeveen a, TussenboezemVinkeveen b, Vinkeveense Plassen, Vecht, Vaarten Vechtstreek, Stichts nkeveense Plassen, Kortenhoefse Plassen, Spiegelplas, Wijde Blik, Loosdrechtse Plassen, Steren Zodden, Molenpolder en Tienhoven | NA | DAW, agrarische collectieven, studieclubs, bedrijven | niet uitgevoerd |
| SGBP3 2021-2027 | Gemeente, plassenschap en waterschap stellen een gezamenlijk plan voor ecologisch herstel en het voorkomen van ahteruitgang (door recreatie) op voor de plassen. | De provincie heeft de VVP begrensd als natuur. De gemeente is deel eigenaar en het recreatieschap is beheerder. Al deze partijen zijn met het waterschap verantwoordelijk voor het halen van de KRW-doelen. Overleg tussen deze partijen, zowel ambtelijk als bestuurlijk, is noodzakelijk om de natuurdoelen te halen. Verkoop van legakkers aan particulieren en toename van recreatie mogen niet leiden tot achteruitgang van de natuurwaarden. Als maatregel kan worden opgenomen om een gezamenlijk plan voor de plassen op te stellen, waarin de KRW-doelen verankerd zijn. | NA | Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, Recreatie Midden-Nederland | niet uitgevoerd | |
| SGBP2 2015-2021 | Optimalisatie (waterstromen) Vinkeveenboezem | Aanleg pondkoekersluis: realisatie in 2015. 2015-juli 2016 max capaciteit van 40 m3/min. Vanaf juli 2016 op volle (80m3/min) capaciteit. | NA | geen | niet uitgevoerd | |
| SGBP2 2015-2021 | Maatregelen landbouw om nutrientenbelasting op de waterlichamen te beperken fase 1 | Deze maatregel wordt uitgevoerd in meerdere waterlichamen: Amstellandboezem, Vaarten Ronde Hoep, Vaarten Groot Mijdrecht, Vaarten Westeramstel, Vaarten Ronde Venen, Vaarten Zevenhoven, Tussenboezem Vinkeveen a, TussenboezemVinkeveen b, Vinkeveense Plassen, Vecht, Vaarten Vechtstreek, Stichts nkeveense Plassen, Kortenhoefse Plassen, Spiegelplas, Wijde Blik, Loosdrechtse Plassen, Steren Zodden, Molenpolder en Tienhoven | NA | DAW, agrarische collectieven, studieclubs, bedrijven | 2006-2019 | |
| SGBP2 2015-2021 | Polder Demmerik effectiever afvoeren | Operationele instellingen gemaal Demmerik en de Ruijter aangepast: Deze maatregel zorgt ervoor dat het water uit polder Oukoop en Demmerik de zuidplas niet belast maar direct wordt afgevoerd (door gemaal de Ruijter) richting Angstel. | NA | geen | 2006-2019 | |
| SGBP2 2015-2021 | Optimaliseren defosfateren Vinkeveense plassen | Ook defosfateren in de winter en evaluatie effectiviteit en rendement na 2 jaar. | NA | geen | niet uitgevoerd | |
| SGBP1 2009-2015 | Onderzoeken optimalisatie Vinkeveenboezem | Een onderzoek naar de mogelijkheden om de waterafvoer van een deel van de tussenboezem via nieuw gemaal Mennonietenbuurt naar Amstel af te voeren.Onderzoek heeft geresulteerd in het aanleggen en vispasseerbaar maken van een nieuwe gemaal Pondskoekersluis | NA | Recreatie Midden-Nederland | 2006-2019 | |
| SGBP1 2009-2015 | Defosfateren Vinkeveense plassen | Het gaat om het toepassen van beheermaatregelen om de wateraanvoer naar de Vinkeveense plassen te defosfateren | NA | geen | 2006-2019 | |
|
|
SGBP3 2021-2027 | Verwijderen boom-, struik- en groenopslag langs de oevers | Wanneer oevers goed onderhouden worden (geen tuinafval, geen bomen, voorkomen overmatige ganzenvraat) dan beschermen de oeverplanten legakkers en eilanden tegen afkalving en is vervanging van dure beschoeiingen niet nodig. Oevers die, door een lange strijklengte te lijden hebben van intensieve golfslag, zijn gebaat bij de aanleg van een golfbreker. Deze kan bestaan uit een balk of plank op de waterlijn, op enkele meters van de oever. Deze maatregel heeft ook invloed op ESF4, habitatgeschiktheid. Omvang: 75% bomen verwijderen, 25% past in parklandschap | NA | Gemeente de Ronde Venen, Recreatie Midden-Nederland | niet uitgevoerd |
|
|
SGBP3 2021-2027 | Aanleg NVO stumuleren | Gemeente, Recreatieschap en eigenaren zijn niet verplicht om de oevers op een natuurvriendelijke manier aan te leggen. Wanneer het waterschap de meerkosten (tussen een harde en een nvo) betaalt dan kan het ook als een AGV maatregel worden opgenomen. Het gaat om de aanleg van NVO`s langs legakkers. De VVP zijn door de provincie Utrecht begrensd als natuur. De meeste legakkers in de VVP hebben een harde beschoeiing, waardoor de oevernatuur grotendeels ontbreekt. Oevers zijn belangrijk voor vissen (om in te paaien), voor amfibieën en de ringslang (als leefgebied), voor waterinsecten (zoals libellenlarven), voor watervogels en zoogdieren (zoals de Waterspitsmuis en de Noordse woelmuis). Wanneer oevers ontbreken, kunnen natuurdoelen in waterrijke gebieden (o.a. KRW-doelen) niet gehaald worden. Door de vele legakkers in de VVP is er potentieel veel oevermilieu aanwezig. Een goede natuurvriendelijke oever bestaat uit oeverplanten (o.a. gele lis, kattenstaart, egelskop, mattenbies, riet, lisdodde) die in het open water staan. Hierdoor kunnen dieren die in het water leven gebruik maken van de natuur in de oever. | NA | Recreatie Midden-Nederland | niet uitgevoerd |
| SGBP3 2021-2027 | Stimuleren aanleg emerse vegetatie op verzonken legakkers | In de VVP zijn veel legakkers onder water verdwenen. Een deel van deze verzonken legakkers kan, bv met grond van andere verzonken legakkers worden opgehoogd en ingeplant met oeverplanten. Tijdelijke bescherming tegen ganzenvraat en golfslag is voor een goede ontwikkeling noodzakelijk. Maaibeheer moet voorkomen dat er op termijn bomen gaan groeien, waardoor de oevervegetatie verdwijnt en de legakker weer afkalft. Ook hier zou het waterschap een stimuleringsregeling voor in het leven kunnen roepen. | NA | Recreatie Midden-Nederland | niet uitgevoerd | |
| SGBP3 2021-2027 | Leidende principes vastleggen in beleid van het waterschap (KEUR) en omgevingsvisies (gemeenten, provincies) om natuurwaarden te behouden bij vervangen van beschoeiing en onderhoud plus communicatie bewoners | Geldt voor alle waterlichamen. | NA | Gemeente De Ronde Venen, Provincie Utrecht | niet uitgevoerd | |
| SGBP1 2009-2015 | Onderzoeken maatregel natuurvriendelijke oevers Vinkeveense plassen | Een onderzoek naar de mogelijkheden om natuurvriendelijke oevers in het plassengebied te realiseren | NA | geen | 2006-2019 | |
| SGBP1 2009-2015 | Toepassen ecologisch onderhoud oevers hoofdwateren - fase 1 | Een gebiedsbrede maatregel in alle waterlichamen | NA | geen | 2006-2019 | |
|
|
SGBP2 2015-2021 | Vispasseerbaar maken van sluizen, gemalen en stuwen - fase 2 | Gemaal de Ruiter is niet passseerbaar en niet veilig voor vis. Passage wordt meegenomen bij de renoatie van het gemaal. Hier wordt 2-zijdige passage gemaakt via sluis Demmerik en het gemaal zelf? | NA | geen | 2019-2021 |
|
|
SGBP3 2021-2027 | Ganzen beheren, structureel door populatiebeperking | Een maatregel in alle WLen waar een sterke graasdruk op helofyten bestaat. Door ganzenbeheer krijgen met name rietoevers meer kans tot ontwikkeling te komen, wat belangrijk is voor de instandhouding van de populatie Grote Karekiet en andere moerasvogels (Natura2000-doel). De provincie neemt noodmaatregelen (afvangen van ruiende ganzen en plaatsen van rasters bij bedreigde rietkragen), vooruitlopend op een structurele aanpak. Bij de aanleg van natuurvriendelijke oevers is het belangrijk jonge aanplant te beschermen (bijvoorbeeld met gaas) tegen vraat. | NA | Recreatie Midden-Nederland | niet uitgevoerd |
Disclaimer: SGBP3 maatregelen zijn nog niet bestuurlijk vastgesteld en kunnen nog worden gewijzigd.
Geen herbegrenzing nodig.
In dit waterlichaam wordt de vegetatie 1x per 3jaar gemeten. Macrofauna wordt 1 x per 6 jaar gemeten. Fytoplankton wordt 1x per 6jaar gemeten. Vis wordt 1 x per 3 jaar (operationeel) gemeten. Daarnaast worden maandelijks verschillende fysisch chemische parameters gemeten in het waterlichaam en het inlaatwater van het waterlichaam.
Fosforbelasting per bron (bar) en kritische belasting (rode stip is berekend met PCDitch, roze stip met PCLake).
Lichtklimaat in plassen obv extinctie tussen 2010 en 2019 of Waterdiepte in sloten.